Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

16 palabras · página 1 de 1

  • kantoorA2

    oficina

    Ons kantoor is vlak bij het station.

  • kantoorartikelB2

    artículo de oficina

    De kantoorartikelen worden centraal besteld.

  • kantoortuinB2

    oficina diáfana

    In een kantoortuin is het lastig concentreren.

  • kantoorurenA2

    horario de oficina

    Bel tijdens kantooruren.

  • kassasysteemB2

    sistema de caja

    Het kassasysteem lag er een uur uit.

  • keukenhulpB2

    ayudante de cocina

    Als keukenhulp begin je met snijwerk.

  • keuringsinstantieB2

    organismo de inspección

    Een onafhankelijke keuringsinstantie doet de test.

  • klachtafhandelingB2

    gestión de reclamaciones

    De klachtafhandeling duurt te lang.

  • klachtenregistratieB2

    registro de reclamaciones

    De klachtenregistratie is verplicht.

  • klantcontactB1

    trato con clientes

    In deze functie heb je veel klantcontact.

  • klantgerichtB1

    orientado al cliente

    Wij werken klantgericht.

  • kokB2

    cocinero

    De kok maakt alles zelf klaar.

  • kopieerapparaatB2

    fotocopiadora

    Het kopieerapparaat staat op de gang.

  • kwaliteitsbewakingB2

    control de calidad

    Kwaliteitsbewaking is een taak van het hele team.

  • kwaliteitshandboekB2

    manual de calidad

    Alles staat beschreven in het kwaliteitshandboek.

  • kwaliteitsnormB2

    norma de calidad

    Het product voldoet aan de kwaliteitsnorm.