Vocabulario
118 palabras · página 3 de 5
reiskostenvergoedingB1
ayuda de transporte
Krijg je een reiskostenvergoeding van je werk?
reisplannerB1
planificador de viaje
Met de reisplanner zoek je de snelste route.
reisplanningB1
planificación del trayecto
Doe je reisplanning de avond ervoor.
reisschemaB1
itinerario
Ons reisschema staat in de app.
reistijdA2
tiempo de viaje
De reistijd is ongeveer een uur.
reisverzekeringA2
seguro de viaje
Sluit een reisverzekering af voor je vakantie.
richtingA2
dirección (sentido)
Je moet de andere richting op.
rijbewijsB1
carné de conducir
Zonder rijbewijs mag je niet rijden.
rijbewijsverlengingB1
renovación del carné
De rijbewijsverlenging regel je bij de gemeente.
rijexamenB1
examen de conducir
Ik ben geslaagd voor mijn rijexamen.
rijgedragB1
comportamiento al volante
Zijn rijgedrag is de laatste tijd rustiger.
rijgeschiktheidB1
aptitud para conducir
Boven de 75 wordt de rijgeschiktheid gekeurd.
rijlesB1
clase de conducir
Ik neem sinds maart rijles.
rijstrookB1
carril
De rechter rijstrook is afgesloten.
rijvaardigheidB1
aptitud para conducir
Bij het examen wordt je rijvaardigheid getest.
rotondeA2
rotonda
Neem op de rotonde de tweede afslag.
routeB1
ruta
Dit is de snelste route.
snelheidslimietB1
límite de velocidad
Binnen de bebouwde kom geldt een snelheidslimiet van 30.
snelwegA2
autopista
Op de snelweg mag je honderd.
spitsB1
hora punta
Reis liever buiten de spits.
spitsuurB1
hora punta
Vermijd het spitsuur als het kan.
spoorlijnB1
línea ferroviaria
De spoorlijn wordt volgend jaar vernieuwd.
stationA2
estación
Het station is vlak bij mijn huis.
stoepA2
acera
Loop op de stoep, niet op het fietspad.
taxiA2
taxi
We namen een taxi naar het hotel.

