Vocabulario
10 palabras · página 1 de 1
fietsA2
bicicleta
In Nederland gaat bijna iedereen met de fiets.
fietsenstallingA2
aparcamiento de bicis
Zet je fiets in de fietsenstalling.
fietspadB1
carril bici
Fiets alsjeblieft op het fietspad.
fietspompA2
bomba de bici
Heb je een fietspomp voor me?
fietsrouteA2
ruta ciclista
Deze fietsroute gaat door het bos.
fietsslotA2
candado de bici
Vergeet je fietsslot niet.
fietstunnelB1
túnel para bicis
Neem de fietstunnel onder het spoor door.
fietsveiligheidB1
seguridad ciclista
Verlichting is belangrijk voor je fietsveiligheid.
fietsverhuurA2
alquiler de bicis
Bij het station is een fietsverhuur.
fileB1
atasco
Ik stond een uur in de file.

