Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

Filtros2

Sección: Tiempo

Filtrar por letra inicial

20 palabras · página 1 de 1

  • alA1

    ya

    Ben je er nu al?

  • altijdA1

    siempre

    Hij komt altijd te laat.

  • eergisterenA1

    anteayer

    Eergisteren was ik bij de dokter.

  • gisterenA1

    ayer

    Gisteren was ik ziek.

  • jaarlijksA1

    anualmente

    Er is jaarlijks een buurtfeest.

  • meteenA1

    enseguida

    Ik kom er meteen aan.

  • morgenA1

    mañana

    Morgen begin ik vroeg.

  • netA1

    justo ahora

    Hij is net weggegaan.

  • nogA1

    todavía

    Ik ben nog niet klaar.

  • nooitA1

    nunca

    Ik drink nooit alcohol.

  • nuA1

    ahora

    Ik heb nu geen tijd.

  • overmorgenA1

    pasado mañana

    Overmorgen begint mijn vakantie.

  • somsA1

    a veces

    Soms neem ik de bus.

  • straksA1

    luego

    Ik bel je straks even terug.

  • vaakA1

    a menudo

    Ik ga vaak met de fiets.

  • vanavondA1

    esta noche

    Vanavond blijf ik thuis.

  • vandaagA1

    hoy

    Vandaag is het mooi weer.

  • vanmiddagA1

    esta tarde

    Vanmiddag heb ik een afspraak.

  • vanmorgenA1

    esta mañana

    Vanmorgen was het erg koud.

  • wekelijksA1

    semanalmente

    De les is wekelijks op dinsdag.