Vocabulario
5 palabras · página 1 de 1
dagelijksA1
diariamente
Ik oefen dagelijks een half uur.
datumA1
fecha
Wat is de datum van vandaag?
decemberA1
diciembre
In december zijn er veel feestdagen.
dinsdagA1
martes
Dinsdag heb ik een afspraak.
donderdagA1
jueves
De les is op donderdagavond.

