Vocabulario
56 palabras · página 1 de 3
aanbiedingA2
oferta
De kaas is in de aanbieding.
aanbodA2
oferta, surtido
Het aanbod in deze winkel is groot.
aankoopA2
compra
Bewaar de bon van je aankoop.
afrekenenA2
pagar (en caja)
Ik ga even afrekenen.
bestellingA2
pedido
Uw bestelling is onderweg.
bezorgenA2
entregar
Ze bezorgen het pakket morgen.
bezorgkostenA2
gastos de envío
Boven de dertig euro betaal je geen bezorgkosten.
bonA2
recibo
Bewaar de bon voor de garantie.
boodschappenlijstjeA2
lista de la compra
Ik maak altijd een boodschappenlijstje.
boodschappentasA2
bolsa de la compra
Neem je eigen boodschappentas mee.
etiketA2
etiqueta
Kijk even op het etiket.
garantieA2
garantía
Er zit twee jaar garantie op.
houdbaarheidsdatumA2
fecha de caducidad
Kijk even naar de houdbaarheidsdatum.
kassaA2
caja
Bij de kassa is een lange rij.
kassamedewerkerA2
cajero
De kassamedewerker was heel vriendelijk.
keuzeA2
elección
Er is genoeg keuze.
klantA2
cliente
De klant heeft altijd gelijk.
klantenkaartA2
tarjeta de cliente
Met een klantenkaart spaar je punten.
klantenserviceA2
atención al cliente
Bel de klantenservice als het niet werkt.
koopjeA2
ganga
Die jas was echt een koopje.
kortingA2
descuento
Er is deze week korting op groente.
kortingsactieA2
promoción de descuento
Er loopt een kortingsactie tot zondag.
kortingsbonA2
cupón de descuento
Ik heb nog een kortingsbon.
kortingscodeA2
código de descuento
Vul de kortingscode in bij het afrekenen.
kwaliteitA2
calidad
De kwaliteit is goed voor die prijs.

