Vocabulario
Filtros1
Sección: Naturaleza y medio ambiente
Categorías gramaticales
87 palabras · página 3 de 4
rivierB1
río
De rivier loopt door de stad.
schaduwB1
sombra
Ga even in de schaduw zitten.
seizoenB1
estación
De herfst is mijn favoriete seizoen.
seizoensgroenteB1
verdura de temporada
Seizoensgroente is goedkoper en verser.
seizoenswisselingB1
cambio de estación
Bij de seizoenswisseling word ik vaak verkouden.
sneeuwB1
nieve
In Nederland valt weinig sneeuw.
stormB1
tormenta
Door de storm reden er geen treinen.
strandB1
playa
Het strand is een half uur rijden.
temperatuurB1
temperatura
De temperatuur daalt vannacht.
temperatuurstijgingB1
aumento de temperatura
De temperatuurstijging is duidelijk zichtbaar.
tuinafvalB1
residuos de jardín
Tuinafval gaat in de groene bak.
tuinierenB1
hacer jardinería
In het voorjaar ga ik graag tuinieren.
vogelB1
pájaro
In de tuin zitten veel vogels.
vorstB1
helada
Vannacht wordt er vorst verwacht.
waterkwaliteitB1
calidad del agua
De waterkwaliteit van de rivier is verbeterd.
wateroverlastB1
inundaciones
Na de storm was er wateroverlast in de kelder.
waterpeilB1
nivel de agua
Het waterpeil in de polder wordt geregeld.
waterschapB1
junta de aguas
Het waterschap beheert de dijken.
waterstandB1
nivel del agua
De waterstand in de rivier is hoog.
waterverbruikB1
consumo de agua
Ons waterverbruik is dit jaar gedaald.
weerB1
tiempo (clima)
Het weer verandert hier snel.
weeralarmB1
alerta meteorológica
Het KNMI gaf een weeralarm af.
weerkaartB1
mapa del tiempo
Op de weerkaart zie je een depressie boven zee.
weersinvloedB1
influencia del clima
De oogst heeft last van weersinvloeden.
weersomstandigheidB1
condición meteorológica
Door slechte weersomstandigheden ging de vlucht niet.

