Vocabulario
Filtros1
Sección: Naturaleza y medio ambiente
Categorías gramaticales
439 palabras · página 2 de 18
bewolkingB2
nubosidad
In de middag neemt de bewolking toe.
bijenvolkB2
colonia de abejas
Een bijenvolk telt tienduizenden bijen.
biobrandstofB2
biocombustible
Biobrandstof is niet altijd duurzamer.
biodiversiteitB2
biodiversidad
De biodiversiteit gaat wereldwijd achteruit.
biodiversiteitsverliesB2
pérdida de biodiversidad
Biodiversiteitsverlies is even urgent als klimaatverandering.
biotoopB2
biotopo
De sloot vormt een eigen biotoop.
bladgroenB2
clorofila
Bladgroen geeft planten hun kleur.
bloeiperiodeB2
período de floración
De bloeiperiode duurt tot in juli.
bloemB1
flor
Ik heb bloemen voor haar gekocht.
bodemB1
suelo
De bodem hier is erg vruchtbaar.
bodemdalingB2
hundimiento del suelo
Bodemdaling veroorzaakt schade aan huizen.
bodemkwaliteitB2
calidad del suelo
De bodemkwaliteit wordt jaarlijks gemeten.
bodemsoortB1
tipo de suelo
De bodemsoort bepaalt wat er kan groeien.
bodemverontreinigingB2
contaminación del suelo
Op dit terrein is bodemverontreiniging aangetroffen.
bodemvervuilingB2
contaminación del suelo
Op dit terrein is bodemvervuiling vastgesteld.
bodemvruchtbaarheidB2
fertilidad del suelo
De bodemvruchtbaarheid neemt af.
boomB1
árbol
Voor het huis staat een grote boom.
boomsoortB1
especie de árbol
Welke boomsoort groeit hier het beste?
bosB1
bosque
We wandelen graag in het bos.
bosbeheerB2
gestión forestal
Duurzaam bosbeheer levert een keurmerk op.
bosgebiedB1
zona boscosa
Het bosgebied is beschermd.
brandnetelB2
ortiga
Pas op voor de brandnetels.
broedseizoenB2
época de cría
In het broedseizoen mag hier niet gesnoeid worden.
broeikaseffectB2
efecto invernadero
Het broeikaseffect versterkt de opwarming.
broeikasgasB2
gas de efecto invernadero
CO2 is het bekendste broeikasgas.

