Vocabulario
Filtros1
120 palabras · página 3 de 5
hypotheekB1
hipoteca
Zij hebben een hypotheek van dertig jaar.
incassoB1
domiciliación bancaria
De huur gaat via automatische incasso.
inkomenA2
ingresos
Zijn inkomen is dit jaar gestegen.
inkomenscontroleB1
control de ingresos
Voor huurtoeslag vindt een inkomenscontrole plaats.
inkomstenB1
ingresos
De inkomsten uit verhuur zijn gedaald.
inkomstenbelastingB1
impuesto sobre la renta
De inkomstenbelasting geef je jaarlijks aan.
inkomstenbronB1
fuente de ingresos
Zijn enige inkomstenbron is zijn pensioen.
jaaropgaveB1
certificado anual de ingresos
Bewaar je jaaropgave voor de belastingaangifte.
kinderbijslagB1
prestación por hijo
Ouders krijgen elk kwartaal kinderbijslag.
kortingskaartA2
tarjeta de descuento
Met een kortingskaart reis je goedkoper.
kosteloosB1
sin coste
Het advies is kosteloos.
kostenA2
costes
De kosten vallen mee.
kostenbewustB1
consciente del gasto
Wij leven kostenbewust sinds de prijzen stegen.
kostendelingB1
reparto de gastos
We spraken kostendeling af voor de reis.
kostenoverzichtB1
desglose de costes
Vraag om een volledig kostenoverzicht.
kostenpostB1
partida de gasto
De huur is mijn grootste kostenpost.
kostenramingB1
estimación de costes
De aannemer maakte een kostenraming.
kostenverdelingB1
reparto de costes
We spraken een eerlijke kostenverdeling af.
kredietaanbodB1
oferta de crédito
Kijk goed naar het kredietaanbod voordat je tekent.
kwitantieB1
recibo (formal)
Vraag om een kwitantie bij contante betaling.
leenvoorwaardeB1
condición del préstamo
Lees de leenvoorwaarden voordat je tekent.
lenenA2
prestar; pedir prestado
Kan ik tien euro van je lenen?
leningB1
préstamo
Hij sloot een lening af voor de auto.
loonbelastingB1
impuesto sobre el salario
De loonbelasting wordt direct ingehouden.
maandbedragA2
importe mensual
Het maandbedrag is 45 euro.

