Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

51 palabras · página 2 de 3

  • minimumloonA2

    salario mínimo

    Hij verdient het minimumloon.

  • muntA2

    moneda

    Heb je een munt van twee euro?

  • muntgeldA2

    monedas

    Voor de kar heb je muntgeld nodig.

  • opnameA2

    retirada de dinero

    Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.

  • pinbetalingA2

    pago con tarjeta

    Alleen pinbetaling is hier mogelijk.

  • pinnenA2

    pagar con tarjeta

    Kan ik hier pinnen?

  • pinpasA2

    tarjeta de débito

    Mijn pinpas werkt niet meer.

  • prijsverhogingA2

    subida de precio

    Er komt een prijsverhoging van vijf procent.

  • prijsverschilA2

    diferencia de precio

    Het prijsverschil tussen beide winkels is groot.

  • rekeningA2

    factura; cuenta

    De rekening komt volgende week.

  • rekeningnummerA2

    número de cuenta

    Geef je rekeningnummer door.

  • renteA2

    interés

    De rente op de spaarrekening is laag.

  • salarisstrookA2

    nómina

    Bewaar je salarisstrook goed.

  • schuldA2

    deuda

    Hij heeft schulden bij de bank.

  • spaargeldA2

    ahorros

    We gebruiken ons spaargeld voor de verbouwing.

  • spaarpotA2

    hucha

    De kinderen sparen in een spaarpot.

  • sparenA2

    ahorrar

    We sparen voor een nieuwe auto.

  • stortingA2

    ingreso (bancario)

    De storting is nog niet zichtbaar op mijn rekening.

  • tegoedA2

    saldo disponible

    Er staat nog tegoed op mijn kaart.

  • terugbetalenA2

    devolver (dinero)

    Ik betaal je volgende week terug.

  • toeslagA2

    subsidio

    Je kunt huurtoeslag aanvragen.

  • uitgaveA2

    gasto

    Dit is een grote uitgave voor ons.

  • uitgevenA2

    gastar

    Ik geef te veel geld uit aan eten.

  • verzekeringA2

    seguro

    Een zorgverzekering is verplicht in Nederland.

  • waardeA2

    valor

    De waarde van het huis is gestegen.