Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

402 palabras · página 10 de 17

  • kostenstijgingB2

    aumento de costes

    De kostenstijging wordt doorberekend aan de klant.

  • kostenverdelingB1

    reparto de costes

    We spraken een eerlijke kostenverdeling af.

  • kredietB2

    crédito

    De bank verstrekte een krediet van tien mille.

  • kredietaanbodB1

    oferta de crédito

    Kijk goed naar het kredietaanbod voordat je tekent.

  • kredietregistratieB2

    registro crediticio

    Een negatieve kredietregistratie blijft vijf jaar staan.

  • kredietrisicoB2

    riesgo crediticio

    De bank beoordeelt eerst het kredietrisico.

  • kredietwaardigheidB2

    solvencia crediticia

    Je kredietwaardigheid wordt vooraf getoetst.

  • kringloopwinkelB2

    tienda de segunda mano

    In de kringloopwinkel vond zij een kast.

  • kwitantieB1

    recibo (formal)

    Vraag om een kwitantie bij contante betaling.

  • laagconjunctuurB2

    recesión cíclica

    Bij laagconjunctuur stellen bedrijven investeringen uit.

  • leenvoorwaardeB1

    condición del préstamo

    Lees de leenvoorwaarden voordat je tekent.

  • lenenA2

    prestar; pedir prestado

    Kan ik tien euro van je lenen?

  • leningB1

    préstamo

    Hij sloot een lening af voor de auto.

  • levensonderhoudB2

    sustento

    Zij verdient net genoeg voor haar levensonderhoud.

  • levensstandaardB2

    nivel de vida

    De levensstandaard is de laatste jaren gedaald.

  • leveringsvoorwaardenB2

    condiciones de entrega

    Lees de leveringsvoorwaarden voordat je bestelt.

  • loonbelastingB1

    impuesto sobre el salario

    De loonbelasting wordt direct ingehouden.

  • loonontwikkelingB2

    evolución salarial

    De loonontwikkeling blijft achter bij de inflatie.

  • loonstijgingB2

    subida salarial

    De loonstijging blijft achter bij de inflatie.

  • looptijdB2

    duración del contrato

    De looptijd van het contract is één jaar.

  • loterijB2

    lotería

    Een deel van de loterij gaat naar goede doelen.

  • maandbedragA2

    importe mensual

    Het maandbedrag is 45 euro.

  • maandbudgetB2

    presupuesto mensual

    Het maandbudget voor boodschappen is krap.

  • maandlastenB1

    gastos mensuales

    Mijn maandlasten zijn dit jaar gestegen.

  • makelaarskostenB2

    honorarios de la inmobiliaria

    De makelaarskosten zijn onderhandelbaar.