Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

6 palabras · página 1 de 1

  • salarisstrookA2

    nómina

    Bewaar je salarisstrook goed.

  • schuldA2

    deuda

    Hij heeft schulden bij de bank.

  • spaargeldA2

    ahorros

    We gebruiken ons spaargeld voor de verbouwing.

  • spaarpotA2

    hucha

    De kinderen sparen in een spaarpot.

  • sparenA2

    ahorrar

    We sparen voor een nieuwe auto.

  • stortingA2

    ingreso (bancario)

    De storting is nog niet zichtbaar op mijn rekening.