Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

11 palabras · página 1 de 1

  • maandbedragA2

    importe mensual

    Het maandbedrag is 45 euro.

  • maandbudgetB2

    presupuesto mensual

    Het maandbudget voor boodschappen is krap.

  • maandlastenB1

    gastos mensuales

    Mijn maandlasten zijn dit jaar gestegen.

  • makelaarskostenB2

    honorarios de la inmobiliaria

    De makelaarskosten zijn onderhandelbaar.

  • marktaandeelB2

    cuota de mercado

    Hun marktaandeel is dit jaar gegroeid.

  • marktontwikkelingB2

    evolución del mercado

    De marktontwikkeling is moeilijk te voorspellen.

  • marktwerkingB2

    libre mercado

    Er is discussie over marktwerking in de zorg.

  • meevallerB2

    golpe de suerte

    De belastingteruggave was een meevaller.

  • minimumloonA2

    salario mínimo

    Hij verdient het minimumloon.

  • muntA2

    moneda

    Heb je een munt van twee euro?

  • muntgeldA2

    monedas

    Voor de kar heb je muntgeld nodig.