Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

99 palabras · página 1 de 4

  • achterdeurA1

    puerta trasera

    Via de achterdeur kom je in de tuin.

  • appartementA2

    piso

    Zij huurt een klein appartement.

  • badkamerA1

    cuarto de baño

    De badkamer is boven.

  • badkuipA2

    bañera

    In deze badkamer staat geen badkuip.

  • balkonA2

    balcón

    Op het balkon staan planten.

  • bedA1

    cama

    Ik ga vroeg naar bed.

  • belA1

    timbre

    De bel doet het niet.

  • bergruimteA2

    espacio de almacenaje

    Er is weinig bergruimte in dit appartement.

  • borgA2

    fianza

    De borg krijg je later terug.

  • brievenbusA1

    buzón

    Er zit post in de brievenbus.

  • buitenlampA1

    luz exterior

    De buitenlamp gaat automatisch aan.

  • buitenruimteA2

    espacio exterior

    De woning heeft geen buitenruimte.

  • burenA2

    vecinos

    Onze buren zijn erg vriendelijk.

  • dakA2

    tejado

    Het dak lekt bij zware regen.

  • dekbedA1

    edredón

    In de winter gebruik ik een dik dekbed.

  • deurA1

    puerta

    Doe je de deur even dicht?

  • deurmatA2

    felpudo

    Veeg je voeten op de deurmat.

  • doucheA1

    ducha

    Ik neem 's ochtends een douche.

  • drempelA1

    umbral

    Pas op voor de drempel bij de deur.

  • elektriciteitA2

    electricidad

    De elektriciteit is vanochtend uitgevallen.

  • energielabelA2

    certificado energético

    Dit huis heeft energielabel C.

  • gangA1

    pasillo

    Zet je schoenen in de gang.

  • garageA1

    garaje

    De fiets staat in de garage.

  • geluidsoverlastA2

    molestias por ruido

    We hebben veel geluidsoverlast van de buren.

  • gootsteenA1

    fregadero

    De vuile borden staan in de gootsteen.