Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

106 palabras · página 2 de 5

  • gemeubileerdA2

    amueblado

    Wij zoeken een gemeubileerde woning.

  • gootsteenA1

    fregadero

    De vuile borden staan in de gootsteen.

  • gordijnA2

    cortina

    Doe de gordijnen even dicht.

  • hekA1

    valla, verja

    Doe het hek achter je dicht.

  • huisbaasA2

    casero

    Ik heb de huisbaas gebeld over de kraan.

  • huisregelsA2

    normas de la casa

    Lees de huisregels van het gebouw.

  • huurA2

    alquiler

    De huur moet voor de eerste van de maand betaald worden.

  • huurcontractA2

    contrato de alquiler

    Lees het huurcontract goed door.

  • huurderA2

    inquilino

    De huurder moet kleine reparaties zelf doen.

  • huurverhogingA2

    subida del alquiler

    De huurverhoging gaat in juli in.

  • inrichtenA2

    amueblar

    We moeten de woonkamer nog inrichten.

  • isolatieA2

    aislamiento

    Betere isolatie verlaagt de energierekening.

  • kachelA1

    estufa

    Zet de kachel wat hoger.

  • kamerA1

    habitación

    Mijn kamer is niet zo groot.

  • kastA1

    armario

    Je jas hangt in de kast.

  • kelderA1

    sótano

    De fietsen staan in de kelder.

  • keukenA1

    cocina

    De keuken is net schoongemaakt.

  • koelkastA1

    nevera

    De melk staat in de koelkast.

  • kraanA2

    grifo

    De kraan lekt al een week.

  • kussenA1

    almohada, cojín

    Dit kussen is te hard.

  • lakenA1

    sábana

    De lakens moeten in de was.

  • lampA1

    lámpara

    De lamp in de gang is kapot.

  • lichtA1

    luz

    Doe het licht even aan.

  • liftA2

    ascensor

    De lift is kapot.

  • matrasA1

    colchón

    Dit matras is te zacht voor mij.