Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

188 palabras · página 5 de 8

  • nagelA1

    uña

    Mijn nagels zijn te lang.

  • nazorgB1

    seguimiento posterior

    Na de operatie krijgt u nazorg thuis.

  • nekA1

    cuello

    Ik heb een stijve nek.

  • neusA1

    nariz

    Mijn neus is verstopt.

  • nierA1

    riñón

    Hij heeft problemen met zijn nieren.

  • onderzoekB1

    examen, estudio

    Het onderzoek liet niets bijzonders zien.

  • onderzoeksuitslagB1

    resultado del examen

    De onderzoeksuitslag komt over een week.

  • oogA1

    ojo

    Er zit iets in mijn oog.

  • oogartsA2

    oftalmólogo

    De huisarts stuurde mij naar de oogarts.

  • oorA1

    oreja

    Mijn oor doet pijn.

  • oorpijnA2

    dolor de oído

    Het kind heeft oorpijn.

  • operatieA2

    operación

    De operatie is goed gegaan.

  • patiëntB1

    paciente

    De patiënt is goed hersteld.

  • patiëntendossierB1

    historial médico

    U mag uw patiëntendossier inzien.

  • pijnA1

    dolor

    Heb je veel pijn?

  • pijnlijkA2

    doloroso

    De behandeling is niet pijnlijk.

  • pijnstillerA2

    analgésico

    Neem een pijnstiller tegen de hoofdpijn.

  • pilA2

    pastilla

    Neem één pil bij het eten.

  • polsA1

    muñeca

    Ik heb mijn pols verstuikt.

  • prikA2

    pinchazo

    De prik deed nauwelijks pijn.

  • revalidatieB1

    rehabilitación

    De revalidatie duurt enkele maanden.

  • revalidatiecentrumB1

    centro de rehabilitación

    Na het ongeluk lag hij in een revalidatiecentrum.

  • rokenB1

    fumar

    Roken is hier niet toegestaan.

  • rugA1

    espalda

    Ik heb last van mijn rug.

  • rustA2

    reposo

    De dokter zei dat ik rust nodig heb.