Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

102 palabras · página 4 de 5

  • slaapgebrekA2

    falta de sueño

    Door slaapgebrek kan ik me slecht concentreren.

  • spierA1

    músculo

    Na het sporten doen mijn spieren pijn.

  • spoedA2

    urgencia

    Bij spoed belt u dit nummer.

  • spreekuurA2

    horas de consulta

    Het spreekuur is van negen tot elf.

  • sterkA1

    fuerte

    Hij is heel sterk.

  • tandA1

    diente

    Er is een tand afgebroken.

  • tandartsA2

    dentista

    Ik ga twee keer per jaar naar de tandarts.

  • teenA1

    dedo del pie

    Ik stootte mijn teen tegen de tafel.

  • thermometerA2

    termómetro

    Meet even met de thermometer.

  • tongA1

    lengua

    Steek uw tong uit, zegt de dokter.

  • verbandA2

    vendaje

    Doe er even een verband omheen.

  • verkoudenA2

    resfriado

    Ik ben een beetje verkouden.

  • verkoudheidA2

    resfriado

    Een verkoudheid duurt meestal een week.

  • verpleegkundigeA2

    enfermero

    De verpleegkundige komt zo bij u.

  • vingerA1

    dedo

    Ik heb mijn vinger gesneden.

  • vitamineA2

    vitamina

    In de winter slik ik extra vitamine D.

  • voetA1

    pie

    Mijn voet doet zeer.

  • wachtkamerA2

    sala de espera

    Neemt u plaats in de wachtkamer.

  • wangA1

    mejilla

    Haar wangen zijn rood van de kou.

  • wondA1

    herida

    Maak de wond eerst schoon.

  • wondverzorgingA2

    cura de la herida

    De verpleegkundige doet de wondverzorging.

  • zalfA2

    pomada

    Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.

  • ziekA1

    enfermo

    Ik ben vandaag ziek.

  • ziekenhuisA2

    hospital

    Ze ligt sinds gisteren in het ziekenhuis.

  • ziekteA1

    enfermedad

    Het is een ziekte die vaak voorkomt.