Vocabulario
6 palabras · página 1 de 1
zalfA2
pomada
Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.
ziekA1
enfermo
Ik ben vandaag ziek.
ziekenhuisA2
hospital
Ze ligt sinds gisteren in het ziekenhuis.
ziekteA1
enfermedad
Het is een ziekte die vaak voorkomt.
zwakA1
débil
Na de griep voelde ik me zwak.
zwangerA2
embarazada
Mijn zus is zeven maanden zwanger.

