Vocabulario
12 palabras · página 1 de 1
tabletB2
comprimido
Neem twee tabletten per dag.
tandA1
diente
Er is een tand afgebroken.
tandartsA2
dentista
Ik ga twee keer per jaar naar de tandarts.
tastzinB2
tacto
De tastzin in zijn vingers is verminderd.
teenA1
dedo del pie
Ik stootte mijn teen tegen de tafel.
therapieB1
terapia
Hij volgt therapie na het ongeluk.
therapietrouwB2
adherencia al tratamiento
Therapietrouw bepaalt vaak het resultaat.
therapievormB2
tipo de terapia
Er bestaan verschillende therapievormen.
thermometerA2
termómetro
Meet even met de thermometer.
thuiszorgB1
atención domiciliaria
Mijn vader krijgt thuiszorg twee keer per dag.
tongA1
lengua
Steek uw tong uit, zegt de dokter.
transplantatieB2
trasplante
Hij wacht op een transplantatie.

