Vocabulario
5 palabras · página 1 de 1
maagA1
estómago
Ik heb last van mijn maag.
medicijnA2
medicamento
Neem dit medicijn twee keer per dag.
misselijkA2
con náuseas
Ik voel me een beetje misselijk.
moeA1
cansado
Ik ben vandaag heel moe.
mondA1
boca
Doe je mond open, zegt de tandarts.

