Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

18 palabras · página 1 de 1

  • dagbestedingB2

    centro de día

    Hij gaat drie dagen per week naar de dagbesteding.

  • darmB2

    intestino

    Vezels zijn goed voor de darmen.

  • dekselB2

    tapa

    Doe het deksel op de pan.

  • dementieB2

    demencia

    Bij dementie verdwijnt eerst het korte geheugen.

  • depressieB2

    depresión

    Een depressie is meer dan somberheid.

  • dermatoloogB2

    dermatólogo

    De dermatoloog behandelt huidaandoeningen.

  • diagnoseB2

    diagnóstico

    De diagnose werd pas na maanden gesteld.

  • diëtistB2

    dietista

    De diëtist stelde een eetschema op.

  • dokterA1

    médico

    Ik ga morgen naar de dokter.

  • doktersadviesB1

    consejo médico

    Volg het doktersadvies goed op.

  • doktersassistentB2

    auxiliar de consulta

    De doktersassistent maakt de afspraken.

  • doktersbezoekB1

    visita al médico

    Na het doktersbezoek voelde ik me gerustgesteld.

  • doorverwijzenB1

    derivar

    De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis.

  • doorverwijzingB2

    derivación médica

    Zonder doorverwijzing kom je er niet binnen.

  • doseringB2

    dosificación

    Houd je precies aan de dosering.

  • dossierinzageB2

    acceso al historial

    Patiënten hebben recht op dossierinzage.

  • druppelB2

    gota

    Drie druppels in elk oog.

  • duizeligheidB2

    mareo

    Duizeligheid kan veel oorzaken hebben.