Vocabulario
20 palabras · página 1 de 1
beenA1
pierna
Hij heeft zijn been gebroken.
begeleidingB1
acompañamiento
Hij krijgt begeleiding van een psycholoog.
behandelafspraakB1
cita de tratamiento
Mijn behandelafspraak is volgende week dinsdag.
behandelingB1
tratamiento
De behandeling duurt zes weken.
behandelplanB1
plan de tratamiento
De arts stelde een behandelplan op.
beterA1
mejor
Ik voel me vandaag al beter.
beterschapA2
que te mejores
Beterschap, hopelijk voel je je snel beter!
bevallingA2
parto
De bevalling verliep zonder problemen.
beweegprogrammaB1
programa de ejercicio
Het beweegprogramma duurt acht weken.
bewegenB1
moverse, hacer ejercicio
Probeer elke dag genoeg te bewegen.
bezoekuurA2
horario de visitas
Het bezoekuur is van twee tot vier.
bijsluiterB1
prospecto
Lees altijd de bijsluiter van je medicijn.
bijwerkingB1
efecto secundario
Dit medicijn heeft weinig bijwerkingen.
blessureA2
lesión
Door een blessure kan hij niet sporten.
bloedA2
sangre
Ze hebben mijn bloed onderzocht.
bloeddrukA2
tensión arterial
De dokter meet eerst uw bloeddruk.
bloedonderzoekB1
análisis de sangre
Het bloedonderzoek liet niets bijzonders zien.
borstA1
pecho
Hij voelt pijn op zijn borst.
buikA1
barriga
Ik heb buikpijn.
buikpijnA2
dolor de barriga
Het kind heeft buikpijn.

