Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

11 palabras · página 1 de 1

  • beenA1

    pierna

    Hij heeft zijn been gebroken.

  • beterA1

    mejor

    Ik voel me vandaag al beter.

  • beterschapA2

    que te mejores

    Beterschap, hopelijk voel je je snel beter!

  • bevallingA2

    parto

    De bevalling verliep zonder problemen.

  • bezoekuurA2

    horario de visitas

    Het bezoekuur is van twee tot vier.

  • blessureA2

    lesión

    Door een blessure kan hij niet sporten.

  • bloedA2

    sangre

    Ze hebben mijn bloed onderzocht.

  • bloeddrukA2

    tensión arterial

    De dokter meet eerst uw bloeddruk.

  • borstA1

    pecho

    Hij voelt pijn op zijn borst.

  • buikA1

    barriga

    Ik heb buikpijn.

  • buikpijnA2

    dolor de barriga

    Het kind heeft buikpijn.