Vocabulario
11 palabras · página 1 de 1
vakantieB1
vacaciones
We gaan deze zomer op vakantie naar Spanje.
vakantieadresB1
dirección de vacaciones
Geef je vakantieadres door aan je buren.
vakantiebestemmingB1
destino de vacaciones
Spanje is een populaire vakantiebestemming.
vakantieparkB1
parque vacacional
We huren een huisje op een vakantiepark.
vakantieplanningB1
planificación de vacaciones
De vakantieplanning maken we in januari.
verenigingB1
asociación
Hij is lid van een sportvereniging.
verzamelenB1
coleccionar
Hij verzamelt oude postzegels.
vrijetijdsaanbodB1
oferta de ocio
Het vrijetijdsaanbod voor jongeren is beperkt.
vrijetijdsactiviteitB1
actividad de ocio
Welke vrijetijdsactiviteiten doe jij?
vrijetijdsbestedingB1
actividad de ocio
Sport is zijn favoriete vrijetijdsbesteding.
vrijetijdskeuzeB1
elección de ocio
Je vrijetijdskeuze zegt veel over je.

