Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

122 palabras · página 3 de 5

  • koekA1

    galleta

    Bij de koffie krijg je een koekje.

  • koffieA1

    café

    Zullen we een kopje koffie drinken?

  • komkommerA1

    pepino

    Snijd de komkommer in plakjes.

  • kookboekA2

    libro de cocina

    Dit recept staat in mijn kookboek.

  • koolA1

    col

    In de winter eten we vaak kool.

  • kopjeA1

    taza

    Wil je een kopje thee?

  • kruidenA2

    hierbas, especias

    Doe er wat kruiden bij.

  • lepelA1

    cuchara

    Ik eet soep met een lepel.

  • limonadeA1

    refresco

    De kinderen krijgen limonade.

  • literA2

    litro

    We hebben een liter melk nodig.

  • lunchA1

    almuerzo

    De lunch is om half een.

  • maaltijdA2

    comida (plato)

    Dit is de belangrijkste maaltijd van de dag.

  • magnetronA2

    microondas

    Warm het even op in de magnetron.

  • marktA2

    mercado

    Op zaterdag is er markt op het plein.

  • meelA1

    harina

    Voor dit recept heb je meel nodig.

  • melkA1

    leche

    Wil je melk in je koffie?

  • mesA1

    cuchillo

    Dit mes is niet scherp.

  • nagerechtA2

    postre

    Als nagerecht is er ijs.

  • nootA1

    nuez

    Ik ben allergisch voor noten.

  • olieA2

    aceite

    Bak het in een beetje olie.

  • olijfA1

    aceituna

    Wil je olijven bij de borrel?

  • ontbijtA2

    desayuno

    Ik sla het ontbijt nooit over.

  • ovenschaalA2

    fuente de horno

    Doe alles in een ovenschaal.

  • panA2

    olla, sartén

    Doe de groente in de pan.

  • paprikaA1

    pimiento

    Snijd de paprika in reepjes.