Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

Filtros1

79 palabras · página 1 de 4

  • aardappelA1

    patata

    We eten vanavond aardappelen.

  • aardbeiA1

    fresa

    In juni zijn de aardbeien het lekkerst.

  • appelA1

    manzana

    Ik neem een appel mee naar mijn werk.

  • azijnA1

    vinagre

    Doe wat azijn in de salade.

  • banaanA1

    plátano

    Wil je een banaan?

  • bloemkoolA1

    coliflor

    Vanavond eten we bloemkool.

  • boonA1

    judía

    Er staan bonen op het menu.

  • bordA1

    plato

    Zet de borden op tafel.

  • boterA1

    mantequilla

    Doe wat boter op je brood.

  • boterhamA1

    rebanada de pan

    Ik neem twee boterhammen mee.

  • broodA1

    pan

    Ik eet elke ochtend brood.

  • champignonA1

    champiñón

    In de saus zitten champignons.

  • chocoladeA1

    chocolate

    Zij houdt van donkere chocolade.

  • citroenA1

    limón

    Doe wat citroen in het water.

  • dorstA1

    sed

    Heb je dorst?

  • drinkenA1

    beber

    Wat wil je drinken?

  • druifA1

    uva

    Deze druiven zijn erg zoet.

  • eiA1

    huevo

    Ik eet 's ochtends een ei.

  • erwtA1

    guisante

    Erwtensoep is een Nederlands wintergerecht.

  • etenA1

    comida

    Nederlands eten is soms heel simpel.

  • flesA1

    botella

    Er staat een fles wijn op tafel.

  • gebakA1

    pastel

    Bij de koffie was er gebak.

  • glasA1

    vaso

    Mag ik een glas water?

  • hagelslagA1

    fideos de chocolate

    Nederlandse kinderen eten hagelslag op brood.

  • hamA1

    jamón

    Ik neem een boterham met ham.