Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

10 palabras · página 1 de 1

  • visA1

    pescado

    Op vrijdag eten we vaak vis.

  • vlaA1

    natillas

    Als toetje eten we vla.

  • vleesA1

    carne

    Zij eet geen vlees.

  • voedingsmiddelA2

    producto alimenticio

    Sommige voedingsmiddelen bevatten veel zout.

  • voedingswaardeA2

    valor nutricional

    De voedingswaarde staat op de verpakking.

  • voedselA2

    alimento

    Er wordt veel voedsel weggegooid.

  • voorgerechtA2

    entrante

    Als voorgerecht nemen we soep.

  • voorraadkastA2

    despensa

    Het meel staat in de voorraadkast.

  • vorkA1

    tenedor

    Er ligt geen vork op tafel.

  • vriezerA2

    congelador

    Het brood ligt in de vriezer.