Vocabulario
5 palabras · página 1 de 1
bangA2
asustado
Ik ben bang voor honden.
blijA2
contento
Ik ben blij met het resultaat.
geïrriteerdA2
irritado
Hij raakte geïrriteerd door het wachten.
jaloersA2
celoso, envidioso
Hij is een beetje jaloers op zijn broer.
somberA2
sombrío, decaído
In november voel ik me vaak somber.

