Vocabulario
Filtros1
Sección: Emociones
Categorías gramaticales
334 palabras · página 5 de 14
genegenheidB2
afecto
Er groeide genegenheid tussen de buren.
gepassioneerdB2
apasionado
Hij sprak gepassioneerd over zijn vak.
geraaktB2
tocado, afectado
Ik was geraakt door haar verhaal.
gerustgesteldB2
tranquilizado
Na het gesprek was zij gerustgesteld.
geruststellenB2
tranquilizar
De arts stelde de ouders gerust.
geruststellendB2
tranquilizador
De uitslag was geruststellend.
gespannenB2
tenso
De sfeer in de zaal was gespannen.
gestrestA2
estresado
Voor het examen was ik erg gestrest.
gevoelB2
sentimiento
Ik had het gevoel dat er iets mis was.
gevoeligheidB2
sensibilidad
Zijn gevoeligheid voor kritiek is groot.
gevoelslevenB2
vida emocional
Over zijn gevoelsleven praat hij zelden.
glimlachB2
sonrisa
Met een glimlach kom je een heel eind.
grapB2
chiste
Die grap viel verkeerd.
groepsgevoelB2
sentimiento de grupo
Het groepsgevoel in de klas is sterk.
hartelijkheidB2
cordialidad
De hartelijkheid van de buren viel op.
hatenB2
odiar
Hij haat vergaderingen.
heimweeB2
nostalgia del hogar
In het begin had zij veel heimwee.
herenigingB2
reencuentro
De hereniging na tien jaar was emotioneel.
hoffelijkheidB2
cortesía
Hoffelijkheid kost niets.
hooggespannenB2
muy alto (expectativas)
De verwachtingen waren hooggespannen.
hoopB2
esperanza
Er is nog hoop op een goede afloop.
hoopgevendB2
esperanzador
Dat is een hoopgevend signaal.
hoopvolB2
esperanzador
De eerste resultaten zijn hoopvol.
huiverenB2
estremecerse
Bij die gedachte huiver ik.
humeurB2
humor
Hij is vandaag in een slecht humeur.

