Vocabulario
Filtros1
Sección: Emociones
Categorías gramaticales
334 palabras · página 3 de 14
conflictB2
conflicto
Het conflict liep hoog op.
daadkrachtB2
capacidad de acción
Het plan vraagt om daadkracht.
dankbaarB2
agradecido
Ik ben je heel dankbaar voor je hulp.
dankbaarheidB2
gratitud
Hij sprak zijn dankbaarheid uit.
directheidB2
franqueza directa
Aan de Nederlandse directheid moet je wennen.
doelgerichtheidB2
orientación a objetivos
Haar doelgerichtheid valt op.
doorstaanB2
sobrellevar
Hij heeft een zware periode doorstaan.
doorzettingskrachtB2
constancia
Zonder doorzettingskracht haal je dit examen niet.
echtscheidingB2
divorcio
Na de echtscheiding bleef het contact goed.
eenzaamA2
solo (solitario)
In het begin voelde hij zich eenzaam.
eenzaamheidB2
soledad
Eenzaamheid komt onder ouderen veel voor.
egoïstischB2
egoísta
Dat was een egoïstische beslissing.
eigenwaardeB2
autoestima
Werk geeft veel mensen eigenwaarde.
eigenwijsB2
cabezota
Ze is eigenwijs, maar wel creatief.
emotieB2
emoción
Hij liet zijn emoties nauwelijks zien.
empathieB2
empatía
In de zorg is empathie onmisbaar.
empathischB2
empático
Zij is een empathisch leidinggevende.
enthousiasmeB2
entusiasmo
Ze begon vol enthousiasme aan het project.
enthousiastA2
entusiasmado
De klas was enthousiast over het uitje.
ergerenB2
molestarse
Zij ergert zich aan het lawaai.
ergerlijkB2
molesto
Het is ergerlijk dat niemand reageert.
ergernisB2
fastidio
De vertragingen wekken veel ergernis.
erkenningB2
reconocimiento
Zij zocht vooral erkenning voor haar inzet.
ervarenB2
experimentar
Veel mensen ervaren het examen als stressvol.
euforieB2
euforia
Na de overwinning heerste er euforie.

