Vocabulario
Filtros3
Sección: Emociones
Categorías gramaticales
25 palabras · página 1 de 1
vastberadenheidB2
determinación
Met grote vastberadenheid zette zij door.
veerkrachtB2
resiliencia
Kinderen hebben vaak veel veerkracht.
veiligheidsgevoelB2
sensación de seguridad
Betere verlichting vergroot het veiligheidsgevoel.
verbazingB2
asombro
Tot mijn verbazing kwam hij toch.
verbitteringB2
amargura
Uit zijn woorden sprak verbittering.
verbondenheidB2
sentido de pertenencia
Sport geeft veel mensen een gevoel van verbondenheid.
verbouwereerdB2
desconcertado
Hij keek verbouwereerd om zich heen.
verdrietB2
tristeza
Hij probeerde zijn verdriet te verbergen.
vergevingB2
perdón
Vergeving kost tijd.
verhoudingB2
relación, proporción
De verhouding tussen collega's is zakelijk.
verlangenB2
anhelo
Hij had een sterk verlangen naar huis.
verlegenheidB2
timidez
Zijn verlegenheid verdwijnt zodra hij over werk praat.
verliefdheidB2
enamoramiento
De eerste verliefdheid duurt zelden lang.
verlovingB2
compromiso matrimonial
De verloving werd op het feest bekendgemaakt.
verontwaardigingB2
indignación
Het besluit leidde tot veel verontwaardiging.
verrukkingB2
deleite
Tot haar verrukking werd het plan aangenomen.
vertrouwenB2
confianza
Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.
vertrouwensbandB2
vínculo de confianza
Er groeide een vertrouwensband tussen arts en patiënt.
vertwijfelingB2
desesperación
In vertwijfeling belde hij de hulplijn.
vervreemdingB2
alienación
Sommigen ervaren vervreemding van hun eigen buurt.
verwachtingspatroonB2
patrón de expectativas
Zijn verwachtingspatroon klopte niet met de werkelijkheid.
verzoeningB2
reconciliación
Na jaren kwam er verzoening.
voornemenB2
propósito
Zijn goede voornemen hield twee weken stand.
vriendelijkheidB2
amabilidad
Zijn vriendelijkheid viel meteen op.
vrolijkheidB2
alegría
De opmerking zorgde voor vrolijkheid.

