Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

44 palabras · página 2 de 2

  • onverschilligB2

    indiferente

    Hij reageerde onverschillig op het nieuws.

  • onverschilligheidB2

    indiferencia

    Zijn onverschilligheid stoorde iedereen.

  • onzekerB2

    inseguro

    In het begin voelde ze zich onzeker.

  • onzekerheidB2

    inseguridad

    Zijn onzekerheid verdween na een paar weken.

  • opbeurenB2

    animar

    Een kaartje kan iemand echt opbeuren.

  • openhartigheidB2

    franqueza

    Zijn openhartigheid verraste iedereen.

  • opgeluchtA2

    aliviado

    Ik was opgelucht toen het voorbij was.

  • opgetogenB2

    encantado

    Zij was opgetogen over het nieuws.

  • opgevenB2

    rendirse

    Na drie pogingen gaf hij het op.

  • opgewektA2

    alegre

    Ze is meestal heel opgewekt.

  • opgewektheidB2

    jovialidad

    Haar opgewektheid werkt aanstekelijk.

  • opgewondenB2

    excitado

    De kinderen waren opgewonden over de reis.

  • opluchtenB2

    aliviar

    De uitslag luchtte hem enorm op.

  • opluchtingB2

    alivio

    Tot mijn opluchting was alles in orde.

  • opluchtingsgevoelB2

    sensación de alivio

    Na de uitslag overheerste een opluchtingsgevoel.

  • oprechtB2

    sincero

    Zijn excuses klonken oprecht.

  • opvliegendB2

    irascible

    Hij heeft een opvliegend karakter.

  • opwindingB2

    emoción, excitación

    Er heerste grote opwinding voor de wedstrijd.

  • overweldigdB2

    abrumado

    Zij was overweldigd door alle reacties.