Vocabulario
Filtros2
Sección: Emociones
Categorías gramaticales
37 palabras · página 1 de 2
gapenB2
bostezar
Halverwege de lezing begon hij te gapen.
geborgenheidB2
cobijo, seguridad afectiva
Kinderen hebben geborgenheid nodig.
gedragspatroonB2
patrón de conducta
Dat gedragspatroon herhaalt zich elk jaar.
gedrevenB2
motivado, apasionado
Zij is een gedreven onderzoeker.
gedrevenheidB2
empuje, pasión
Haar gedrevenheid werkt aanstekelijk.
geduldigA2
paciente
De docent is heel geduldig.
geestdriftB2
entusiasmo, fervor
Zij sprak met geestdrift over het project.
gehechtheidB2
apego
Zijn gehechtheid aan dat huis is groot.
geïrriteerdA2
irritado
Hij raakte geïrriteerd door het wachten.
gekrenktB2
ofendido
Zij voelde zich gekrenkt door die opmerking.
gekwetstheidB2
sentimiento de ofensa
Uit zijn reactie sprak gekwetstheid.
gelatenheidB2
resignación
Hij reageerde met gelatenheid op het besluit.
gelijkmoedigB2
ecuánime
Hij bleef gelijkmoedig onder de kritiek.
gelijkmoedigheidB2
ecuanimidad
Zij droeg het verlies met gelijkmoedigheid.
gelukkigA2
feliz; afortunadamente
Ze is gelukkig in haar nieuwe baan.
gelukzaligheidB2
dicha
Een moment van pure gelukzaligheid.
gemengde gevoelensB2
sentimientos encontrados
Ik kijk met gemengde gevoelens terug.
gemoedB2
ánimo
Het nieuws bracht de gemoederen in beweging.
gemoedelijkheidB2
campechanía
De vergadering verliep in alle gemoedelijkheid.
gemoedsbewegingB2
emoción interior
Zijn stem verried enige gemoedsbeweging.
gemoedsrustB2
tranquilidad
Een goede verzekering geeft gemoedsrust.
gemoedstoestandB2
estado de ánimo
Zijn gemoedstoestand wisselt sterk.
gêneB2
bochorno
Er ontstond een pijnlijke gêne in de zaal.
genegenheidB2
afecto
Er groeide genegenheid tussen de buren.
gepassioneerdB2
apasionado
Hij sprak gepassioneerd over zijn vak.

