Vocabulario
4 palabras · página 1 de 1
geduldigA2
paciente
De docent is heel geduldig.
geïrriteerdA2
irritado
Hij raakte geïrriteerd door het wachten.
gelukkigA2
feliz; afortunadamente
Ze is gelukkig in haar nieuwe baan.
gestrestA2
estresado
Voor het examen was ik erg gestrest.

