Vocabulario
Filtros3
Sección: Emociones
Categorías gramaticales
26 palabras · página 1 de 2
geborgenheidB2
cobijo, seguridad afectiva
Kinderen hebben geborgenheid nodig.
gedragspatroonB2
patrón de conducta
Dat gedragspatroon herhaalt zich elk jaar.
gedrevenheidB2
empuje, pasión
Haar gedrevenheid werkt aanstekelijk.
geestdriftB2
entusiasmo, fervor
Zij sprak met geestdrift over het project.
gehechtheidB2
apego
Zijn gehechtheid aan dat huis is groot.
geïrriteerdA2
irritado
Hij raakte geïrriteerd door het wachten.
gekrenktB2
ofendido
Zij voelde zich gekrenkt door die opmerking.
gekwetstheidB2
sentimiento de ofensa
Uit zijn reactie sprak gekwetstheid.
gelatenheidB2
resignación
Hij reageerde met gelatenheid op het besluit.
gelijkmoedigheidB2
ecuanimidad
Zij droeg het verlies met gelijkmoedigheid.
gelukzaligheidB2
dicha
Een moment van pure gelukzaligheid.
gemoedB2
ánimo
Het nieuws bracht de gemoederen in beweging.
gemoedelijkheidB2
campechanía
De vergadering verliep in alle gemoedelijkheid.
gemoedsbewegingB2
emoción interior
Zijn stem verried enige gemoedsbeweging.
gemoedsrustB2
tranquilidad
Een goede verzekering geeft gemoedsrust.
gemoedstoestandB2
estado de ánimo
Zijn gemoedstoestand wisselt sterk.
gêneB2
bochorno
Er ontstond een pijnlijke gêne in de zaal.
genegenheidB2
afecto
Er groeide genegenheid tussen de buren.
gepassioneerdB2
apasionado
Hij sprak gepassioneerd over zijn vak.
gerustgesteldB2
tranquilizado
Na het gesprek was zij gerustgesteld.
gevoelB2
sentimiento
Ik had het gevoel dat er iets mis was.
gevoeligheidB2
sensibilidad
Zijn gevoeligheid voor kritiek is groot.
gevoelslevenB2
vida emocional
Over zijn gevoelsleven praat hij zelden.
glimlachB2
sonrisa
Met een glimlach kom je een heel eind.
grapB2
chiste
Die grap viel verkeerd.

