Vocabulario
Filtros3
Sección: Emociones
TodasComunicaciónVida cotidianaEducaciónEmocionesFamiliaComidaTiempo libreSaludViviendaMediosDineroNaturaleza y medio ambienteComprasSociedadTiempoTransporteTrabajo
Categorías gramaticales
7 palabras · página 1 de 1
belevenB2
vivir (una experiencia)
Iedereen beleeft zo'n dag anders.
benijdenB2
envidiar
Ik benijd haar rust niet weinig.
beogenB2
pretender
De wet beoogt meer duidelijkheid.
berustenB2
resignarse
Uiteindelijk berustte hij in de situatie.
betreurenB2
lamentar
Wij betreuren deze beslissing.
bewonderenB2
admirar
Ik bewonder zijn doorzettingsvermogen.
blozenB2
sonrojarse
Zij bloosde bij het compliment.

