Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

134 palabras · página 5 de 6

  • studiekeuzeB1

    elección de estudios

    Zijn studiekeuze viel op techniek.

  • studiekostenB1

    gastos de estudio

    De studiekosten zijn dit jaar gestegen.

  • studiemateriaalB1

    material de estudio

    Het studiemateriaal staat online.

  • studiemotivatieB1

    motivación para estudiar

    Mijn studiemotivatie zakt in de winter.

  • studieopdrachtB1

    trabajo de estudio

    De studieopdracht lever je digitaal in.

  • studieplanB1

    plan de estudio

    Maak samen met je docent een studieplan.

  • studieplanningB1

    planificación del estudio

    Maak een realistische studieplanning.

  • studiepuntB1

    crédito académico

    Voor dit vak krijg je vijf studiepunten.

  • studieresultaatB1

    resultado académico

    Mijn studieresultaten zijn dit jaar beter.

  • taalcursusB1

    curso de idiomas

    Ik volg een taalcursus in het buurthuis.

  • taalexamenB1

    examen de idioma

    Het taalexamen bestaat uit vier onderdelen.

  • taalfoutB1

    error lingüístico

    In je brief staan een paar taalfouten.

  • taallesA2

    clase de idioma

    Ik heb twee keer per week taalles.

  • taalniveauB1

    nivel de idioma

    Voor die opleiding heb je taalniveau B1 nodig.

  • taalportfolioB1

    portafolio lingüístico

    In je taalportfolio verzamel je je resultaten.

  • taaltoetsA2

    prueba de idioma

    Voor de cursus doe je eerst een taaltoets.

  • taalvaardigheidB1

    competencia lingüística

    Je taalvaardigheid gaat snel vooruit.

  • tempoB1

    ritmo

    Het tempo van de cursus ligt hoog.

  • toetsB1

    prueba

    Morgen hebben we een toets.

  • toetsresultaatB1

    resultado de la prueba

    Het toetsresultaat viel me mee.

  • toetsvormB1

    tipo de prueba

    Welke toetsvorm gebruiken ze bij dit examen?

  • toetsvraagB1

    pregunta de la prueba

    Elke toetsvraag telt even zwaar.

  • toetsweekB1

    semana de exámenes

    Volgende maand is de toetsweek.

  • uitspraakA2

    pronunciación

    Je uitspraak is al veel beter.

  • universiteitB1

    universidad

    Zij studeert aan de universiteit van Leiden.