Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

134 palabras · página 2 de 6

  • examendatumA2

    fecha del examen

    De examendatum staat nog niet vast.

  • examenkostenB1

    tasas de examen

    De examenkosten betaal je zelf.

  • examenlocatieB1

    sede del examen

    De examenlocatie is in Utrecht.

  • examenonderdeelB1

    parte del examen

    Lezen is het lastigste examenonderdeel voor mij.

  • examenregelingB1

    reglamento del examen

    Lees de examenregeling goed door.

  • examenstofB1

    temario del examen

    De examenstof staat in de studiegids.

  • examenstressB1

    estrés de exámenes

    Veel studenten hebben last van examenstress.

  • examentrainingB1

    preparación del examen

    De examentraining duurt vier weken.

  • examenuitslagB1

    resultado del examen

    De examenuitslag komt over vier weken.

  • examenvoorbereidingB1

    preparación del examen

    De examenvoorbereiding duurt twee maanden.

  • examenvraagB1

    pregunta de examen

    Elke examenvraag heeft vier antwoorden.

  • grammaticaA2

    gramática

    De grammatica vind ik het moeilijkst.

  • groepslesA2

    clase en grupo

    Een groepsles is goedkoper dan privéles.

  • herhalingA2

    repaso

    Volgende week is er een herhaling van de grammatica.

  • herkansingB1

    recuperación

    Je hebt recht op één herkansing.

  • huiswerkB1

    deberes

    Ik maak mijn huiswerk 's avonds.

  • inburgeringsexamenB1

    examen de integración cívica

    Zij is geslaagd voor het inburgeringsexamen.

  • inschrijfgeldA2

    cuota de inscripción

    Het inschrijfgeld betaal je één keer.

  • inschrijvenB1

    inscribirse

    Je kunt je online inschrijven voor de cursus.

  • kennisB1

    conocimiento

    Hij heeft veel kennis van computers.

  • kennistoetsB1

    prueba de conocimientos

    De kennistoets bestaat uit veertig vragen.

  • klasgenootA2

    compañero de clase

    Mijn klasgenoot komt uit Syrië.

  • klaslokaalA2

    aula

    Het klaslokaal is op de tweede verdieping.

  • leerbehoefteB1

    necesidad de aprendizaje

    De docent kijkt naar de leerbehoefte van elke cursist.

  • leerboekA2

    libro de texto

    Neem je leerboek mee naar de les.