Vocabulario
Filtros1
Sección: Educación
Categorías gramaticales
431 palabras · página 16 de 18
toepassenB2
aplicar
Pas de regel toe op deze zin.
toetsB1
prueba
Morgen hebben we een toets.
toetsafnameB2
aplicación del examen
De toetsafname gebeurt op de computer.
toetsenbordB2
teclado
Het Nederlandse toetsenbord wijkt iets af.
toetsingB2
evaluación
De toetsing gebeurt aan het eind van elk blok.
toetsresultaatB1
resultado de la prueba
Het toetsresultaat viel me mee.
toetsvormB1
tipo de prueba
Welke toetsvorm gebruiken ze bij dit examen?
toetsvraagB1
pregunta de la prueba
Elke toetsvraag telt even zwaar.
toetsweekB1
semana de exámenes
Volgende maand is de toetsweek.
trendB2
tendencia
De trend is al tien jaar dezelfde.
uitgangB2
terminación
De uitgang '-en' hoort bij het meervoud.
uitleentermijnB2
plazo de préstamo
De uitleentermijn is drie weken.
uitspraakA2
pronunciación
Je uitspraak is al veel beter.
uitspraakcoachB2
entrenador de pronunciación
Een uitspraakcoach hoort meteen wat er misgaat.
uitspraakoefeningB2
ejercicio de pronunciación
Begin elke les met een uitspraakoefening.
universiteitB1
universidad
Zij studeert aan de universiteit van Leiden.
vakB1
asignatura
Wiskunde is mijn favoriete vak.
vakbekwaamheidB2
competencia profesional
Vakbekwaamheid moet je regelmatig aantonen.
vakdidactiekB2
didáctica específica
Vakdidactiek is een belangrijk onderdeel van de lerarenopleiding.
vakdiplomaB2
título profesional
Voor dit beroep is een vakdiploma verplicht.
vakdocentB2
profesor de asignatura
De vakdocent geeft alleen scheikunde.
vakgebiedB2
campo de especialidad
Binnen haar vakgebied is zij een autoriteit.
vakkennisB2
conocimientos especializados
Voor deze functie is diepgaande vakkennis nodig.
vakkenpakketB2
conjunto de asignaturas
Je vakkenpakket bepaalt je vervolgopleiding.
vakliteratuurB2
literatura especializada
In de vakliteratuur is hier veel over geschreven.

