Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

134 palabras · página 1 de 6

  • aandachtB1

    atención

    Besteed extra aandacht aan de uitspraak.

  • aantekeningB1

    apunte

    Maak aantekeningen tijdens de les.

  • aanwezigA2

    presente

    Je moet minstens 80% aanwezig zijn.

  • afwezigA2

    ausente

    Hij was vorige week afwezig.

  • begrijpenB1

    entender

    Ik begrijp de vraag niet helemaal.

  • bijlesB1

    clases de apoyo

    Hij krijgt bijles voor Nederlands.

  • certificaatB1

    certificado

    Na de cursus krijg je een certificaat.

  • cijferB1

    nota

    Ik heb een goed cijfer gehaald.

  • cijferlijstA2

    lista de notas

    Op de cijferlijst staan al je resultaten.

  • concentratieB1

    concentración

    Na een uur verlies ik mijn concentratie.

  • cursusB1

    curso

    Ik volg een cursus Nederlands.

  • cursusaanbodB1

    oferta de cursos

    Het cursusaanbod staat op de website.

  • cursuscertificaatB1

    certificado del curso

    Na afloop ontvang je een cursuscertificaat.

  • cursusevaluatieB1

    evaluación del curso

    Vul de cursusevaluatie in na de laatste les.

  • cursusgeldA2

    matrícula del curso

    Het cursusgeld betaal je vooraf.

  • cursusinhoudB1

    contenido del curso

    De cursusinhoud staat in de brochure.

  • cursusleiderA2

    coordinador del curso

    De cursusleider legt het programma uit.

  • cursusmapA2

    carpeta del curso

    Neem je cursusmap mee naar de les.

  • cursusniveauA2

    nivel del curso

    Op welk cursusniveau zit jij?

  • cursusroosterB1

    horario del curso

    Het cursusrooster staat online.

  • deelnemenB1

    participar

    Iedereen kan aan de cursus deelnemen.

  • diplomaB1

    diploma

    Mijn diploma is hier erkend.

  • docentB1

    profesor

    De docent legt de opdracht nog een keer uit.

  • eindtoetsA2

    prueba final

    De eindtoets is in juni.

  • examenB1

    examen

    Het examen is over twee weken.