Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

166 palabras · página 1 de 7

  • aantalA2

    cantidad

    Het aantal deelnemers groeit.

  • achterA1

    detrás

    De tuin ligt achter het huis.

  • adresA1

    dirección

    Schrijf hier je adres op.

  • afvalA2

    basura

    Het afval wordt op dinsdag opgehaald.

  • agendaA2

    agenda

    Ik zet de afspraak in mijn agenda.

  • allebeiA1

    ambos

    Wij werken allebei fulltime.

  • allemaalA1

    todos

    We gaan allemaal mee.

  • apartA1

    por separado

    We betalen apart.

  • autoA1

    coche

    Onze auto staat voor de deur.

  • batterijA1

    pila

    De batterij is leeg.

  • beschikbaarA2

    disponible

    Er is nog één plaats beschikbaar.

  • bezemA1

    escoba

    Pak even de bezem.

  • blauwA1

    azul

    De lucht is vandaag blauw.

  • boekA1

    libro

    Ik lees elke avond een boek.

  • breedA1

    ancho

    Dit is een brede straat.

  • briefA1

    carta

    Ik heb een brief van de gemeente gekregen.

  • brilA1

    gafas

    Zonder bril zie ik niets.

  • broekA1

    pantalón

    Deze broek is te lang.

  • bruinA1

    marrón

    Ik eet liever bruin brood.

  • computerA1

    ordenador

    Mijn computer is heel langzaam.

  • daarnaastA2

    además

    Daarnaast volg ik een cursus.

  • daaromA2

    por eso

    Het regende, daarom bleef ik thuis.

  • dagA1

    día

    Elke dag ga ik naar mijn werk.

  • dankjewelA1

    gracias

    Dankjewel voor je hulp.

  • deelA2

    parte

    Het eerste deel van de cursus is klaar.