Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

473 palabras · página 3 de 19

  • bruinA1

    marrón

    Ik eet liever bruin brood.

  • computerA1

    ordenador

    Mijn computer is heel langzaam.

  • controlerenA2

    comprobar

    Controleer je gegevens voordat je verstuurt.

  • daarA1

    allí

    Daar staat mijn fiets.

  • daarnaA2

    después

    Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.

  • daarnaastA2

    además

    Daarnaast volg ik een cursus.

  • daaromA2

    por eso

    Het regende, daarom bleef ik thuis.

  • dagA1

    día

    Elke dag ga ik naar mijn werk.

  • dankjewelA1

    gracias

    Dankjewel voor je hulp.

  • dansenA2

    bailar

    Op het feest werd er gedanst.

  • deelA2

    parte

    Het eerste deel van de cursus is klaar.

  • delenA1

    compartir, dividir

    We delen de kosten samen.

  • denkenA1

    pensar

    Ik denk dat het goed komt.

  • derdeA1

    tercero

    Wij wonen op de derde verdieping.

  • dertigA1

    treinta

    Ik ben dertig jaar oud.

  • dichtA1

    cerrado

    Op zondag zijn de winkels dicht.

  • dichtbijA1

    cerca

    De school is heel dichtbij.

  • dikA1

    grueso

    Trek een dikke jas aan.

  • dingA1

    cosa

    Wat is dat voor een ding?

  • doeiA1

    chao

    Doei, tot morgen!

  • doekA1

    trapo

    Veeg de tafel af met een doek.

  • doelA2

    objetivo

    Wat is het doel van deze cursus?

  • doenA1

    hacer

    Wat doe je in het weekend?

  • doorA1

    por, a través de

    We liepen door het park.

  • doosA1

    caja

    De boeken zitten in een doos.