Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

40 palabras · página 2 de 2

  • vijftigA1

    cincuenta

    Ik betaal met een briefje van vijftig.

  • vindenA2

    encontrar; opinar

    Ik kan het niet vinden.

  • voelenA2

    sentir(se)

    Ik voel me vandaag beter.

  • volA1

    lleno

    De bus is helemaal vol.

  • voorA1

    para; antes de

    Dit cadeau is voor jou.

  • vooralA2

    sobre todo

    Ik oefen vooral spreken.

  • voorbeeldA2

    ejemplo

    Kun je een voorbeeld geven?

  • voorbereidenA2

    preparar(se)

    Ik bereid me voor op het examen.

  • voorkomenA2

    ocurrir; prevenir

    Dat probleem komt hier vaak voor.

  • voortaanA2

    de ahora en adelante

    Voortaan doen we het anders.

  • voorwaardeA2

    condición

    Lees eerst de voorwaarden.

  • vragenA2

    preguntar

    Mag ik iets vragen?

  • vrijA1

    libre

    Is deze stoel vrij?

  • vroegerA2

    antes

    Vroeger woonde ik in een dorp.

  • vrouwA1

    mujer

    De vrouw leest een boek.