Vocabulario
14 palabras · página 1 de 1
batterijA1
pila
De batterij is leeg.
belangrijkA1
importante
Dit is een belangrijke brief.
bezemA1
escoba
Pak even de bezem.
bezetA1
ocupado
Deze plaats is bezet.
bijA1
en casa de, cerca de
Ik ben bij de dokter.
binnenA1
dentro
Kom binnen, het is koud buiten.
blauwA1
azul
De lucht is vandaag blauw.
boekA1
libro
Ik lees elke avond een boek.
bovenA1
arriba
De slaapkamers zijn boven.
breedA1
ancho
Dit is een brede straat.
briefA1
carta
Ik heb een brief van de gemeente gekregen.
brilA1
gafas
Zonder bril zie ik niets.
broekA1
pantalón
Deze broek is te lang.
bruinA1
marrón
Ik eet liever bruin brood.

