Vocabulario
Filtros1
Sección: Comunicación
Categorías gramaticales
407 palabras · página 3 de 17
betogenB2
argumentar
De auteur betoogt dat het anders moet.
betoogB2
argumentación
Haar betoog was helder opgebouwd.
betoogopbouwB2
estructura del argumento
De betoogopbouw was logisch en helder.
betoogstructuurB2
estructura argumentativa
Let bij het schrijven op je betoogstructuur.
betoogtekstB2
texto argumentativo
Schrijf een betoogtekst van 400 woorden.
betoogtoonB2
tono argumentativo
De betoogtoon was verrassend fel.
betoogvormB2
forma argumentativa
Kies een betoogvorm die bij je publiek past.
beurtwisselingB2
alternancia de turnos
In een goed gesprek verloopt de beurtwisseling vanzelf.
bevestigenB1
confirmar
Kunt u de afspraak per mail bevestigen?
bevestigingB2
confirmación
U krijgt een bevestiging per e-mail.
bewerenB2
afirmar
Hij beweert dat hij niets wist.
beweringB2
afirmación
Die bewering wordt niet door cijfers gesteund.
bijlageB1
adjunto
In de bijlage vindt u mijn cv.
bijlagevermeldingB2
mención de anexo
De bijlagevermelding staat onder de handtekening.
bijzinB2
oración subordinada
De bijzin begint met 'omdat'.
blijkbaarB2
por lo visto
Blijkbaar was de brief nooit aangekomen.
boodschapB2
mensaje
De boodschap van de campagne is duidelijk.
boodschapoverdrachtB2
transmisión del mensaje
De boodschapoverdracht was niet helder genoeg.
breekbaarB2
frágil
Let op: breekbaar.
briefhoofdB2
membrete
In het briefhoofd staan naam en adres.
briefkaartB1
postal
Ik stuurde een briefkaart uit Spanje.
briefopbouwB1
estructura de la carta
Let op de briefopbouw: aanhef, kern, afsluiting.
briefstijlB1
estilo epistolar
De briefstijl is hier formeler dan in mijn land.
briefwisselingB1
correspondencia
De briefwisseling met de gemeente duurde maanden.
buigzaamB2
flexible
Het materiaal is licht en buigzaam.

