Vocabulario
Filtros2
Sección: Comunicación
Categorías gramaticales
73 palabras · página 2 de 3
doorvragenB2
repreguntar
Door goed door te vragen kwam de waarheid boven.
dreigenB2
amenazar
Hij dreigde met een rechtszaak.
eisenB2
exigir
De bond eist een hoger loon.
erkennenB2
reconocer
De minister erkende de fout.
feliciterenB1
felicitar
Ik wil je feliciteren met je nieuwe baan.
formulerenB2
formular
Probeer je vraag anders te formuleren.
generaliserenB2
generalizar
Je kunt dat niet zomaar generaliseren.
herhalenB1
repetir
Kunt u dat herhalen, alstublieft?
informerenB1
informar; informarse
Wij informeren u zodra er nieuws is.
instemmenB1
estar de acuerdo
De meerderheid stemde met het voorstel in.
klagenB1
quejarse
De buren klagen over het lawaai.
meedelenB1
comunicar
Wij delen u mee dat de afspraak verzet is.
navragenB1
consultar, averiguar
Ik zal het even navragen bij de gemeente.
nuancerenB2
matizar
Ik wil die uitspraak wel nuanceren.
onderbouwenB2
fundamentar
Kun je die stelling onderbouwen met cijfers?
onderbrekenB2
interrumpir
Laat hem uitspreken en onderbreek hem niet.
onderhandelenB1
negociar
We onderhandelen nog over de prijs.
ondertitelenB2
subtitular
Nederlandse films worden zelden ondertiteld.
ontkennenB2
negar
Hij bleef alles ontkennen.
ontradenB2
desaconsejar
De arts ontraadde die combinatie.
opmerkenB2
señalar
Zij merkte terecht op dat de cijfers oud zijn.
overdrijvenB2
exagerar
Hij overdrijft het probleem een beetje.
overleggenB1
consultar
Ik moet eerst met mijn collega overleggen.
overtuigenB2
convencer
Hij wist iedereen te overtuigen.
prijzenB2
elogiar
De jury prees haar heldere betoog.

