Vocabulario
Filtros1
Sección: Comunicación
Categorías gramaticales
407 palabras · página 11 de 17
opdatB2
para que
Wij melden dit opdat u tijdig kunt reageren.
openhartigB2
franco
Hij sprak openhartig over zijn fouten.
opmerkenB2
señalar
Zij merkte terecht op dat de cijfers oud zijn.
opmerkingB1
observación
Heeft iemand nog een opmerking?
opvallendB2
llamativo
Het is een opvallend gebouw.
ouderwetsB2
anticuado
Het meubilair is wat ouderwets.
overdrijvenB2
exagerar
Hij overdrijft het probleem een beetje.
overleggenB1
consultar
Ik moet eerst met mijn collega overleggen.
overtuigenB2
convencer
Hij wist iedereen te overtuigen.
overtuigingskrachtB2
poder de convicción
Zijn betoog mist overtuigingskracht.
overtuigingstechniekB2
técnica de persuasión
Reclame gebruikt bekende overtuigingstechnieken.
overtuigingsvermogenB2
capacidad de convicción
Zij heeft veel overtuigingsvermogen.
pauzeringB2
uso de pausas
Goede pauzering maakt een betoog rustiger.
prijzenB2
elogiar
De jury prees haar heldere betoog.
reactiebriefB1
carta de respuesta
Ik kreeg een reactiebrief van de gemeente.
reactietermijnB1
plazo de respuesta
De reactietermijn is twee weken.
reagerenB1
responder
Hij heeft nog niet op mijn mail gereageerd.
redeneerfoutB2
error de razonamiento
In zijn betoog zit een redeneerfout.
redeneringB2
razonamiento
In die redenering zit een fout.
relativerenB2
relativizar
Je moet die cijfers wel relativeren.
retoriekB2
retórica
Achter de retoriek zit weinig inhoud.
ruwB2
áspero
Het oppervlak voelt ruw aan.
samenhangB2
coherencia, relación
De samenhang tussen beide factoren is onduidelijk.
samenspraakB2
diálogo conjunto
Het plan is in samenspraak met bewoners gemaakt.
samenvattenB2
resumir
Kun je het kort samenvatten?

