Vocabulario
Filtros3
Sección: Comunicación
TodasComunicaciónVida cotidianaEducaciónEmocionesFamiliaComidaTiempo libreSaludViviendaMediosDineroNaturaleza y medio ambienteComprasSociedadTiempoTransporteTrabajo
Categorías gramaticales
11 palabras · página 1 de 1
bedoelenB1
querer decir
Wat bedoel je precies?
bekritiserenB2
criticar
De pers bekritiseerde het besluit scherp.
belovenB1
prometer
Hij beloofde het morgen af te maken.
bemiddelenB2
mediar
Een collega bemiddelde in het conflict.
benaderenB1
dirigirse a
U kunt ons per e-mail benaderen.
benadrukkenB2
subrayar
Zij benadrukte het belang van goede afspraken.
besprekenB1
discutir
Dat bespreken we morgen in de vergadering.
bestrijdenB2
rebatir
Hij bestrijdt die conclusie met cijfers.
betogenB2
argumentar
De auteur betoogt dat het anders moet.
bevestigenB1
confirmar
Kunt u de afspraak per mail bevestigen?
bewerenB2
afirmar
Hij beweert dat hij niets wist.

