Vocabulario
Filtros2
Sección: Comunicación
Categorías gramaticales
41 palabras · página 1 de 2
bedoelenB1
querer decir
Wat bedoel je precies?
beeldspraakB2
lenguaje figurado
Hij gebruikt veel beeldspraak in zijn toespraken.
bekritiserenB2
criticar
De pers bekritiseerde het besluit scherp.
belafspraakB2
cita telefónica
We maken een belafspraak voor dinsdag.
beleefdB1
cortés
Hij antwoordde kort maar beleefd.
beleefdheidsformuleB2
fórmula de cortesía
Elke formele brief eindigt met een beleefdheidsformule.
beleefdheidsvormB1
fórmula de cortesía
Gebruik in formele brieven een beleefdheidsvorm.
belovenB1
prometer
Hij beloofde het morgen af te maken.
bemiddelenB2
mediar
Een collega bemiddelde in het conflict.
bemiddelingB2
mediación
Na bemiddeling kwamen ze er samen uit.
benaderenB1
dirigirse a
U kunt ons per e-mail benaderen.
benadrukkenB2
subrayar
Zij benadrukte het belang van goede afspraken.
berichtB1
mensaje
Ik stuur je straks een bericht.
besprekenB1
discutir
Dat bespreken we morgen in de vergadering.
bestrijdenB2
rebatir
Hij bestrijdt die conclusie met cijfers.
betogenB2
argumentar
De auteur betoogt dat het anders moet.
betoogB2
argumentación
Haar betoog was helder opgebouwd.
betoogopbouwB2
estructura del argumento
De betoogopbouw was logisch en helder.
betoogstructuurB2
estructura argumentativa
Let bij het schrijven op je betoogstructuur.
betoogtekstB2
texto argumentativo
Schrijf een betoogtekst van 400 woorden.
betoogtoonB2
tono argumentativo
De betoogtoon was verrassend fel.
betoogvormB2
forma argumentativa
Kies een betoogvorm die bij je publiek past.
beurtwisselingB2
alternancia de turnos
In een goed gesprek verloopt de beurtwisseling vanzelf.
bevestigenB1
confirmar
Kunt u de afspraak per mail bevestigen?
bevestigingB2
confirmación
U krijgt een bevestiging per e-mail.

