Vocabulario
Filtros2
Sección: Comunicación
Categorías gramaticales
35 palabras · página 1 de 2
aan de andere kantB2
por otro lado
Aan de andere kant kost het meer tijd.
aan de ene kantB2
por un lado
Aan de ene kant is het goedkoper.
aandringenB1
insistir
Hij bleef aandringen op een antwoord.
aangezienB2
dado que
Aangezien het regent, gaan we niet.
aanhalenB2
citar
De auteur haalt meerdere onderzoeken aan.
aanhefB1
encabezamiento
Gebruik als aanhef 'Geachte heer/mevrouw'.
aankondigenB2
anunciar
De gemeente kondigde nieuwe regels aan.
aanleidingB2
motivo
Wat was de aanleiding voor dit besluit?
aanradenB1
recomendar
Ik raad je aan om vroeg te komen.
aanspreekpuntB1
persona de contacto
Zij is het aanspreekpunt voor nieuwe cursisten.
aanspreektitelB2
tratamiento (título)
Gebruik in een sollicitatie de juiste aanspreektitel.
aanspreekvormB1
forma de tratamiento
In een formele brief gebruik je de aanspreekvorm 'u'.
aansprekenB1
dirigirse a, llamar la atención
Ik durfde hem er niet op aan te spreken.
aanvullenB1
completar, añadir
Wil iemand dat nog aanvullen?
aanwezigheidB2
asistencia
Wij stellen uw aanwezigheid op prijs.
abstractieB2
abstracción
Op dit abstractieniveau wordt het lastig te volgen.
accentB2
acento
Je hoort nog een licht accent.
adresseringB2
dirección del envío
Controleer de adressering voordat je verstuurt.
adviserenB2
aconsejar
Ik adviseer je eerst te bellen.
afkortingB2
abreviatura
Leg elke afkorting de eerste keer uit.
afsluitingB1
cierre
Als afsluiting bedank je de lezer.
afsluitzinB2
frase de cierre
Een goede afsluitzin vat je verzoek samen.
afsprekenB1
quedar, acordar
Zullen we iets afspreken voor vrijdag?
afwijzenB1
rechazar, denegar
Mijn aanvraag is afgewezen.
afzeggingB2
cancelación de asistencia
Na drie afzeggingen ging het feest niet door.

